SendTo

Uit Nodo Wiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Toepassing

Via RF, IR of I2C versturen van een of meer commando's naar een andere Nodo.

Geldigheid

Dit commando is geldig vanaf Nodo release 3.5. Zie voor de oude syntax SendTo (tot 3.5).

Beschrijving

Met behulp van dit commando kunnen 1 of meer commandoregels worden verstuurd naar een andere Nodo. Dit is met name handig als er instellingen moeten worden aangepast in een Nodo die niet makkelijk bereikbaar is of niet beschikt over een Terminal sessie verbinding. Voor gebruik van satelliet Nodo's is het zelfs essentieel: zonder het SendTo commando kun je de satellieten niet programmeren.

Syntax

SendTo <Unit>, <Modus>
Parameter: Beschrijving: Bereik: Opmerking:
Unit Nodo unitnummer waar het commando heen moet worden gestuurd 1..31
Modus schakel permanente zendstatus en/of de fast mode in "All", "Off", "Fast" of weglaten zie toelichting

Toelichting

Het SendTo commando heeft drie mogelijke parameters, waarvan alleen de eerste verplicht is: het Nodo unit nummer waarheen moet worden verstuurd. De 2e en 3e parameter zijn beide optioneel, en mogen in willekeurige volgorde worden gebruikt

  • SendTo 10, All: na dit statement blijft de zendende Nodo alle commando's naar de andere Nodo sturen, totdat het commando "off" wordt gegeven
  • SendTo 10, Off: hiermee keert de zendende Nodo weer terug in de normale status, en zullen commando's weer gewoon lokaal worden uitgevoerd.
  • SendTo 10, Fast: met deze instelling zal het SendTo commando op een snelle manier worden uitgevoerd, waarbij geen enkele controle wordt gedaan op het al dan niet aankomen van het commando bij de andere Nodo.

Combinaties zijn mogelijk:

SendTo 10, All, Fast

Zendende Nodo wordt permanent in zendstatus gezet, en alles wordt zonder controle verzonden.

SendTo 10, Fast, All

Dit heeft hetzelfde effect, de volgorde van 2e en 3e parameter is niet belangrijk..

Afgezien van de "Fast" modus, kan Sendto op twee manieren gebruikt worden.

Ten eerste: voor het verzenden van 1 commandoregel. Dit gebeurt als volgt:

SendTo 10; Status WiredAnalog 1; Status VariableSet 3;

Hiermee wordt 1 enkele regel (met 2 commando's) verstuurd aan unit 10.

Ten tweede: de zendende Nodo wordt in zend-modus gezet, net zo lang tot er een "off" commando volgt. Dit voorbeeld zal het duidelijk maken:

SendTo 5, All;
EventlistWrite; UserEvent 1,1; Sound 1;
EventlistWrite; UserEvent 1,2; Sound 2;
EventlistWrite; UserEvent 1,3; Sound 3;
EventlistWrite; UserEvent 1,4; Sound 4;
SendTo 10, Off;

De eerste regel schakelt de Nodo in zend-modus, de laatste haalt hem er weer uit. De tussenliggende regels zullen worden overgebracht naar unit 5.

Overigens is het bij het uitschakelen van de "all" modus onnodig om een unit nummer mee te geven, het wordt nergens voor gebruikt. Dit kan handig zijn in procedures om een eventlist over te sturen naar verschillende Nodo's; het unitnummer hoeft dan alleen gespecificeerd te worden in het eerste sendto statement. Het voorbeeld hierboven komt er dan zo uit te zien:

SendTo 5, All;
EventlistWrite; UserEvent 1,1; Sound 1;
EventlistWrite; UserEvent 1,2; Sound 2;
EventlistWrite; UserEvent 1,3; Sound 3;
EventlistWrite; UserEvent 1,4; Sound 4;
SendTo Off;

Voorbeeld

Zie voorbeelden zoals hier boven gebruikt.

Zie ook